Ik zie - waarschijnlijk per ongeluk - duizend musici - optreden in een stadion. Zo mooi, zo veelkleurig uitgedost, zo blij. Ik huil en zit stuk. Mag ik erbij horen? Mag ik schuilen bij muziek maken met zoveel leven, met zoveel lust.
Ik informeer mij - niet geheel toevallig – over onrecht en het vernietigen van ontelbare levens. Steeds weer. Ik volg veel en probeer mijn hart zacht te houden. Ik huil niet en breek mijn hoofd over zoveel vergeten volken.
Ik doe mij mee - toevallig vanuit een verloren gegane roeping - aan praten over, spreken met en luisteren naar. Politiek, protest, provoceren. De geheugenlozen wakker schuddend, de bedenkelijken beteugelend, de minste der mijnen dienende. Ik spreek soms luid en vaak verlegen. Ik ben groen en ik ben links. Ik bewonder jeugdig activisme.
Vanuit alle feministische zelfreflecterende hoeken en gaten lees en leef ik. Voor het onzegbare zoek ik woorden. Ik dicht.
Kom bij mij niet om welzijn die alleen economische groei bevat; kom niet bij mij om macht die de machtelozen - niet alleen van de nacht - geen plek gunt en kom niet bij mij om de grootste dreiging de klimaatcrisis radicaal te ontkennen. Spreek mij aan met de woorden van Greta Grúnberg: “How dare you” en gun mij de woorden van Loesje: “Het recht van een kind is dat een raket een ijsje is.”.